liman

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. Infrarood satellietfoto van de liman waarmee de Dnjestr op Wikipedia (nl) uitmondt in de Zwarte Zee.
Uitspraak
Woordafbreking
  • li·man
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord liman limans
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

liman m

  1. (aardrijkskunde) meer bij een riviermonding, dat ontstaat doordat opgehoopt sediment de stroming tegenhoudt
    • Beneden Saporosj komt de rivier in een dalingsgebied, buigt daarna om naar het Z. en mondt met een liman in de Zwarte Zee. [2]
    • Daarop hadt de Heer Prosorowsky zig aan den Oever van de Liman gelegerd. [3]

Gangbaarheid

7 % van de Nederlanders;
11 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. liman op website: Etymologiebank.nl
  2. Katholieke Encyclopaedie. Deel 9 1e druk (1935) N.V. Uitgeversmij Joost v.d. Vondel, Amsterdam; p. 91 kol. 163; geraadpleegd 2018-10-14
  3. "Rusland." in: Oprechte Haerlemsche courant nr. 33 (18 augustus 1770); p. 1 kol. 1; (oudste vindplaats op Delpher die zowel woord als eigennaam kan zijn) geraadpleegd 2018-10-14


Tetum

Woordafbreking
  • li·man

Zelfstandig naamwoord

liman

  1. (anatomie) arm
  2. (anatomie) hand


Turks

Woordafbreking
  • li·man
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
nominatief   liman     limanlar  
genitief   limanın     limanların  
datief   limana     limanlara  
accusatief   limanı     limanları  
locatief   limanda     limanlarda  
ablatief   limandan     limanlardan  

Zelfstandig naamwoord

liman

  1. (scheepvaart) haven
Overerving en ontlening

Verwijzingen