lengen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • len·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Causatief werkwoord bij lang met ablaut onder invloed van een afgesleten -jan-uitgang.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
lengen
/ˈlɛ.ŋə(n)/
lengde
/ˈlɛŋ.də/
gelengd
/ɣə.ˈlɛŋt/
zwak -d volledig

Werkwoord

lengen

  1. overgankelijk langer maken
  2. overgankelijk dunner maken
    • Voeg wat bouillon toe om de saus te lengen. 
  3. ergatief langer worden
    • Vanaf 22 december beginnen de dagen weer te lengen. 
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden

Als de dagen lengen, gaat de vorst strengen. (of: Als de dagen lengen, gaan de nachten strengen.)

  • Het koudste deel van de winter valt na de kortste dag.
Hyponiemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

lengen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord leng

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.