aanlengen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·len·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanlengen
lengde aan
aangelengd
zwak -d volledig

Werkwoord

aanlengen

  1. verdunnen.
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen