lawaaiig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·waai·ig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van lawaai met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen lawaaiig lawaaiiger lawaaiigst
verbogen lawaaiige lawaaiigere lawaaiigste
partitief lawaaiigs lawaaiigers -

Bijvoeglijk naamwoord

lawaaiig

  1. met veel lawaai, met veel afleidend geluid
Synoniemen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
52 % van de Vlamingen.