krijg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krijg
enkelvoud meervoud
naamwoord krijg krijgen
verkleinwoord krijgje krijgjes

Zelfstandig naamwoord

krijg m

  1. (militair) een gewapende strijd tussen twee of meer bevolkingsgroepen
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
krijgen

krijg

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krijgen
    • Ik krijg. 
  2. gebiedende wijs van krijgen
    • Krijg! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krijgen
    • Krijg je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie