krijgsman

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krijgs·man
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord krijgsman krijgslieden
verkleinwoord krijgsmannetje krijgsmannetjes

Zelfstandig naamwoord

krijgsman m

  1. (militair) (beroep) militair, soldaat, strijder
    Eén enkele kundige en verstandige krijgsman tegen de machtige troepen van de vijand uitzenden zou niet alleen goedkoper zijn voor de staat, maar misschien ook eenvoudiger voor de goden.