krijgsman

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krijgs·man
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord krijgsman krijgslieden
verkleinwoord krijgsmannetje krijgsmannetjes

Zelfstandig naamwoord

krijgsman m

  1. (militair) (beroep) militair, soldaat, strijder
    • Eén enkele kundige en verstandige krijgsman tegen de machtige troepen van de vijand uitzenden zou niet alleen goedkoper zijn voor de staat, maar misschien ook eenvoudiger voor de goden. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie