krijgswet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krijgs·wet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord krijgswet krijgswetten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

krijgswet v/m [1]

  1. (juridisch) staat van beleg; is een noodtoestand die in werking treedt als het leger de rechtspleging overneemt van de burgerlijke autoriteiten
    • Als het akkoord van Minsk niet wordt nageleefd, dan hebben zowel Oekraïne als de rebellen in het oosten van dat land een plan B. President Petro Porosjenko stuurt aan op het invoeren van de krijgswet. De rebellen hebben oog op de volledige provincie (oblast) Donetsk, meldden Russische media.[2] 
  2. (militair) de wet die voor militairen geldt in oorlogstijd
    • Het is volgens de Zwitserse krijgswetten verboden voor onderdanen zonder toestemming van de Bondsraad in vreemde militaire dienst te treden. Dat geldt niet alleen voor reguliere buitenlandse legers maar ook voor andere bewapende groeperingen, zegt een woordvoerder van de militaire rechtspraak tegen Zwitserse media.[3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen