kompas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kom·pas
enkelvoud meervoud
naamwoord kompas kompassen
verkleinwoord kompasje kompasjes

Zelfstandig naamwoord

kompas o

  1. instrument waarvan de naald het magnetische noorden aanwijst
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie