richtsnoer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • richt·snoer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord richtsnoer richtsnoeren
verkleinwoord richtsnoertje richtsnoertjes

Zelfstandig naamwoord

richtsnoer o

  1. (bouwkunde) touw om bij het metselen enz. in een rechte lijn te blijven
  2. voorschrift waarnaar men zich richt
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.