koks

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koks

Zelfstandig naamwoord

koks mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kok


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • koks
Naar frequentie 24026

Werkwoord

koks

  1. gebiedende wijs van kokse

Zelfstandig naamwoord

koks,

  1. onbepaalde vorm genitief enkelvoud van kok
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   koks     koksen          
genitief   koks'     koksens          
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   koks     kokset          
genitief   koks'     koksets          

Zelfstandig naamwoord

koks

  1. cokes
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • kul og koks
kolen en cokes