bodybuilder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. beoefenaar van de sport bodybuilding
Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·dy·buil·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bodybuilder bodybuilders
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bodybuilder m

  1. beoefenaar van de sport bodybuilding waarbij het de bedoeling is om door krachttraining en dieet het lichaam te ontwikkelen en fraaier te maken
    • Overigens is de BMI geen zaligmakende maatstaf om overgewicht te meten, zegt internist en hoogleraar Liesbeth van Rossum, hoofd van het centrum Gezond Gewicht in Rotterdam. Sommige mensen hebben een gezond BMI (20 tot 25) maar te veel buikvet. „En dat is het slechte vet, dat zorgt voor een verhoogd risico op aderverkalking en suikerziekte, en een negatief effect op je stofwisseling en stemming. ” Omgekeerd hebben sommige mensen met veel spieren en weinig vet (zoals bodybuilders) juist een te hoog BMI. [1] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Mirjam Remie 20 oktober 2016


Engels

Uitspraak
  • Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
  • IPA: /ˈbɒ.diˌbɪl.də/ (VK); /ˈbɑː.diˌbɪl.dɚ (VS)
Woordafbreking
  • bo·dy·buil·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
bodybuilder bodybuilders

Zelfstandig naamwoord

bodybuilder

  1. (sport) bodybuilder
Overerving en ontlening