knuffel
Uiterlijk
- knuf·fel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | knuffel | knuffels |
| verkleinwoord | knuffeltje | knuffeltjes |
de knuffel m
- liefdevolle omhelzing
- ▸ Joran hield wel van een stevige knuffel met Mams.[1]
- (speelgoed) van zacht materiaal vervaardigde speelgoedpop
- ▸ Een paar maanden lang sleept hij de knuffel overal mee naartoe.[2]
- [1] omhelzing
- [1] liefkozing
- [1] troostknuffel
1. omhelzing
2. speelgoed
| vervoeging van |
|---|
| knuffelen |
knuffel
- Het woord knuffel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "knuffel" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280 - ↑ Lynn Berger“De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be