Naar inhoud springen

knuffel

Uit WikiWoordenboek
  • knuf·fel
enkelvoud meervoud
naamwoord knuffel knuffels
verkleinwoord knuffeltje knuffeltjes

deknuffelm

  1. liefdevolle omhelzing
     Joran hield wel van een stevige knuffel met Mams.[1]
  2. (speelgoed) van zacht materiaal vervaardigde speelgoedpop
     Een paar maanden lang sleept hij de knuffel overal mee naartoe.[2]
vervoeging van
knuffelen

knuffel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knuffelen
    • Ik knuffel. 
  2. gebiedende wijs van knuffelen
    • Knuffel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knuffelen
    • Knuffel je? 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  2. Lynn Berger
    “De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be