kloof

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kloof
enkelvoud meervoud
naamwoord kloof kloven
verkleinwoord kloofje kloofjes

Zelfstandig naamwoord

kloof v/m

  1. een ten gevolge van erosie, diep uitgesleten rivierdal, met steile wanden
    • Voorzichtig lopen ze over het glibberige pad in de door een gletsjer uitgesneden kloof. 
  2. (figuurlijk) grote afstand, verschillen
    • Hij sprak over de kloof tussen de politiek en de burger. 
    • Een groeiende kloof tussen winnaars en verliezers in de samenleving. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
klieven

kloof

  1. enkelvoud verleden tijd van klieven
    • Ik kloof. 
    • Jij kloof. 
    • Hij, zij, het kloof.  (verouderd)
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
kluiven

kloof

  1. enkelvoud verleden tijd van kluiven
    • Ik kloof. 
    • Jij kloof. 
    • Hij, zij, het kloof. 

Werkwoord

vervoeging van
kloven

kloof

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kloven
    • Ik kloof. 
  2. gebiedende wijs van kloven
    • Kloof! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kloven
    • Kloof je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie