split

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • split

Werkwoord

vervoeging van
splitten

split

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van splitten
  2. gebiedende wijs van splitten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.


Engels

enkelvoud meervoud
split splits

Zelfstandig naamwoord

split

  1. splijting, verdeling, splitsing
vervoeging
onbepaalde wijs to split
he/she/it splits
verleden tijd split
voltooid
deelwoord
split
onvoltooid
deelwoord
splitting
gebiedende wijs split

Werkwoord

split

  1. splijten, verdelen
  2. splitsen
  3. ervandoor gaan