kloven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klo·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘(doen) splijten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 701 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kloven
kloofde
gekloofd
zwak -d volledig

Werkwoord

kloven

  1. overgankelijk het op bepaalde wijzen splijten van een materiaal b.v. diamant en hout
    • Deze steen moet nog gekloofd worden. 
    • Dit was zijn leven, hij zette hout neer en kloofde het. Zijn hemd plakte aan zijn lijf. Steken in zijn onderrug. Elke klap was raak. Hij deed dit al zo lang, alles met afgemeten, bedwongen haast. Hij moest zweten, het moest pijn doen. [2] 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • diamanten kloven
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kluiven

kloven

  1. meervoud verleden tijd van kluiven
    • Wij kloven. 
    • Jullie kloven. 
    • Zij kloven. 

Werkwoord

kloven

  1. (verouderd) verleden tijd meervoud van klieven
Synoniemen
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

kloven mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kloof

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs
  2. Wieringa, Tommy De heilige Rita 2017 ISBN 9789023458753 pagina 7