opperhuid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·per·huid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opperhuid opperhuiden
verkleinwoord opperhuidje opperhuidjes

Zelfstandig naamwoord

opperhuid v/m

  1. (biologie) de bovenste laag van de huid
    • Door de brand was haar opperhuid ernstig beschadigd. 
  2. (biologie) een laag cellen die de plantendelen omgeeft die geen kurkweefsel hebben voortgebracht

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie