keten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
1. uit losse, vaak metalen, schakels in een enkele rij aaneengeregen voorwerp

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ke·ten
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord keten ketens
ketenen
verkleinwoord ketentje ketentjes

Zelfstandig naamwoord

keten v/m [3]

  1. uit losse, vaak metalen, schakels in een enkele rij aaneengeregen voorwerp
    Hij wist zijn ketenen te verbreken en zijn vrijheid te herwinnen.
  2. (figuurlijk) onderling in verband staande rij van gelijksoortige zaken
    Het eiland wordt doorsneden door een keten van vulkanen.
  3. (figuurlijk) vergelijkbare bedrijven op verschillende plaatsen die samen naar hun klanten als een geheel functioneren
    Hij bouwde het eethuisje van zijn ouders uit tot een keten van restaurants.
  4. (figuurlijk) in de tijd opeenvolgende reeks van gelijksoortige verschijnselen
    Het conflict ontstond door een keten van misverstanden.
    '
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

keten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord keet
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
keten
keette
gekeet
zwak -t volledig

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als onbepaalde wijs van een werkwoord.

Werkwoord

keten [5]

  1. (onovergankelijk) (informeel) lol trappen, op een rumoerige manier plezier hebben
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
ketenen

keten

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ketenen
    Ik keten.
  2. gebiedende wijs van ketenen
    Keten!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ketenen
    Keten je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandse taal
  4. etymologiebank.nl
  5. Woordenboek der Nederlandse taal