ketenen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ke·te·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ketenen
ketende
geketend
zwak -d volledig

Werkwoord

ketenen

  1. overgankelijk iemand in ketens binden
    • De gevangene werd geketend en opgesloten. 

Zelfstandig naamwoord

ketenen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord keten
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be