ketting

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ket·ting
enkelvoud meervoud
naamwoord ketting kettingen
verkleinwoord kettinkje kettinkjes

Zelfstandig naamwoord

ketting v/m

  1. een aaneengesloten reeks van gelijksoortige elementen, feiten, acties, gebeurtenissen etc.
    • Steeds meer kinderen haakten in en zo ontstond een levende ketting. 
  2. (techniek) een stevige, maar buigzame verbinding van in elkaar grijpende ringen of achtvormige schakels
    • Het schip werd aan de ketting gelegd. 
  3. (techniek), (werktuigbouwkunde) een eindeloze band van schakels met rollen of haken, die over kettingwielen gespannen, kracht overbrengt
    • De ketting van mijn fiets moet nodig worden gespannen, hij loopt steeds van het kettingwiel af. 
  4. een snoer bestaande uit een draad die door doorboorde kralen of andere voorwerpen gevoerd is
    • Zij droeg een prachtige ketting met amethisten. 
  5. (weverij) schering, de rechte draden waartussen de inslag ingeweven wordt
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: het schip is aan de ketting gelegd
gerechtelijke in beslag genomen
  • [1]: van de ketting zijn
dollen als een losgelaten kettinghond
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie