ketenpartner

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ke·ten·part·ner
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ketenpartner ketenpartners
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ketenpartner m

  1. een andere instelling of dienstverlener waarmee de eigen activiteiten worden afgestemd omdat zij eerder of later een rol spelen in het traject rond dezelfde personen
Verwante begrippen

Gangbaarheid