kartel
Uiterlijk
- kar·tel
- [A] naamwoord van handeling kartelen ww [1] [2]
- [B] van Duits Kartell zn , in de betekenis van ‘aaneensluiting van producenten’ aangetroffen vanaf 1824 [3]
| [A] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | kartel | kartels |
| verkleinwoord | karteltje | karteltjes |
[A] de kartel m
| vervoeging van |
|---|
| kartelen |
[A] kártel
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kartelen
- Ik kartel.
- gebiedende wijs van kartelen
- Kartel!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kartelen
- Kartel je?
| [B] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | kartel | kartels |
| verkleinwoord | kartelletje | kartelletjes |
[B] het kartel o
- (economie) verbond van producenten, bedoeld om de markt te beheersen
- kartelland Nederland bloeit volop [4]
- (politiek) (tijdelijk) verbond van politieke partijen
|
|
- Het woord kartel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kartel" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ kartel op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "kartel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ nrc.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Heteroniem in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Economie in het Nederlands
- Politiek in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %