kadaver

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·da·ver
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kadaver kadavers
verkleinwoord kadavertje kadavertjes

Zelfstandig naamwoord

kadaver o

  1. dood lichaam van een dier
    • De reebok werd in het kader van het project Ruimte voor aaseters in de natuur neergelegd. Kadavers zijn schaars, schrijven de deelnemende natuurorganisaties op hun website. Aangereden wild wordt vaak vernietigd en ook in natuurgebieden worden dode dieren opgeruimd. Door verkeersslachtoffers terug te plaatsen, hopen de organisaties dat grote aaseters weer terugkeren in de natuur. [2] 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. NRC Lucas Brouwers 13 maart 2012


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·da·ver
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse zelfstandige naamwoord cadaver, dat van het Latijnse werkwoord cadere (= sterven, vallen) komt
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kadaver     kadaveret     kadavere     kadaverne  
genitief   kadavers     kadaverets     kadaveres     kadavernes  

Zelfstandig naamwoord

kadaver, o

  1. (van mens of dier) kadaver, lijk


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·da·ver
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse zelfstandige naamwoord cadaver, dat van het Latijnse werkwoord cadere (= sterven, vallen) komt
Naar frequentie 40287
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kadaver     kadaveret     kadaver
kadavre  
  kadavra
kadavrene  
genitief   kadavers     kadaverets     kadavers
kadavres  
  kadavras
kadavrenes  

Zelfstandig naamwoord

kadaver, o

  1. (van een dier) kadaver, lijk
  2. (figuurlijk), (pejoratief) een gebroken, krachteloze en uitgeleefde mens
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • [2]: et fordrukkent kadaver
zuiplap


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·da·ver
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse zelfstandige naamwoord cadaver, dat van het Latijnse werkwoord cadere (= sterven, vallen) komt
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kadaver     kadaveret     kadaver     kadavera  

Zelfstandig naamwoord

kadaver, o

  1. (van een dier) kadaver, lijk
  2. (figuurlijk), (pejoratief) een gebroken, krachteloze en uitgeleefde mens
Synoniemen
Afgeleide begrippen