lik

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lik
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lik likken
verkleinwoord likje likjes

Zelfstandig naamwoord

lik m [4] [5]

  1. aanraking met de tong
  2. klein beetje substantie
    • Doe er nog maar een likje extra bij 
  3. (informeel) gevangenis [6]

Werkwoord

vervoeging van
likken

lik

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van likken
    • Ik lik. 
  2. gebiedende wijs van likken
    • Lik! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van likken
    • Lik je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. etymologiebank.nl
  4. Woordenboek der Nederlandse taal
  5. Woordenboek der Nederlandse taal
  6. Woordenboek der Nederlandse taal


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • lik
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord lík.

Zelfstandig naamwoord

lik o

  1. lijk
    «To likene ble funnet i en kanal i USA, pakket inn i en bag og en koffert.»
    Twee lijken werden gevonden in een kanaal in de Verenigde Staten, verpakt in een zak en een koffer.
Verbuiging
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   lik     liket     lik     lika
likene  
genitief   liks     likets     liks     likas
likenes  


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • lik
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord lík.
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   lik     liket     lik     lika
bijvorm: liki  

Zelfstandig naamwoord

lik o

  1. lijk


Zweeds

Woordafbreking
  • lik

Zelfstandig naamwoord

  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   lik     liket     lik     liken  
genitief   liks     likets     liks     likens  
  1. lijk