lik

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lik
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lik likken
verkleinwoord likje likjes

Zelfstandig naamwoord

lik m [4] [5]

  1. aanraking met de tong
  2. klein beetje substantie
    Doe er nog maar een likje extra bij
  3. (informeel) gevangenis [6]

Werkwoord

vervoeging van
likken

lik

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van likken
    Ik lik.
  2. gebiedende wijs van likken
    Lik!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van likken
    Lik je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. etymologiebank.nl
  4. Woordenboek der Nederlandse taal
  5. Woordenboek der Nederlandse taal
  6. Woordenboek der Nederlandse taal


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • lik
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord lík.

Zelfstandig naamwoord

lik o

  1. lijk
    «To likene ble funnet i en kanal i USA, pakket inn i en bag og en koffert.»
    Twee lijken werden gevonden in een kanaal in de Verenigde Staten, verpakt in een zak en een koffer.
Verbuiging
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   lik     liket     lik     lika
likene  
genitief   liks     likets     liks     likas
likenes  



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • lik
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord lík.
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   lik     liket     lik     lika
bijvorm: liki  

Zelfstandig naamwoord

lik o

  1. lijk


Zweeds

Woordafbreking
  • lik

Zelfstandig naamwoord

  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   lik     liket     lik     liken  
genitief   liks     likets     liks     likens  
  1. lijk