spionnetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spi·on·ne·tje
enkelvoud meervoud
naamwoord spionnetje spionnetjes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

spionnetje o

  1. een spiegeltje aan een vensterraam om te zien wie er heeft gebeld, of wat er in de straat gebeurt
    • Voordat oma de deur op de beganegrond met het touw opentrekt, kijkt zij eerst even in het spionnetje om te zien of het wel vertrouwd is. 

Zelfstandig naamwoord

spionnetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord spion

Zelfstandig naamwoord

spionnetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord spionne

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie