Naar inhoud springen

spion

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Spion
  • spi·on
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verspieder’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1653 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord spion spionnen
verkleinwoord spionnetje spionnetjes

despionm

  1. (beroep) persoon die vertrouwelijke informatie vergaart (met name in een ander land in opdracht van zijn/haar regering)
     In het gezelschap van een knecht leende hij een kano van berkenbast en peddelde hij de Hudsonrivier op, waar hij (aldus zijn verslag) op vijandige inheemse bewoners stuitte, die met scalpen zwaaiden, en op nog vijandiger Franse soldaten, die hem ervan verdachten een spion voor de Engelsen te zijn.[2]
     Toch heeft dit allemaal te veel weg van Cornelia's spion en te weinig van Nella's profetes.[3]
  2. iets dat vertrouwelijke informatie vergaart in opdracht van overheden en bedrijven
    • Je smartphone en computer zijn al oneindig veel betere persoonlijke spionnen dan waarvan de Stasi ooit had durven dromen [4] 
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]
  1. "spion" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Jason Roberts
    “Al wat leeft” (2025), Hollands Diep, ISBN 9789048848348
  3. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  4. NRC Maarten Schinkel 6 september 2017
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be