inslag

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

(2) inslag en (1) schering
Uitspraak
Woordafbreking
  • in·slag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inslag [3,4]: inslagen
verkleinwoord inslagje inslagjes

Zelfstandig naamwoord

inslag m

  1. de horizontale draden die tijdens het weven tussen de opgespannen draden van de schering ingebracht worden
    • Omdat de draad van de inslag brak moest de wever corrigerend optreden. 
  2. iemands geaardheid
    • Die kunstzinnige inslag zit in de familie. 
  3. het met grote snelheid inslaan van een voorwerp, bijvoorbeeld een bom of een meteoriet
    • De uitstervingsgolf aan het eind van het krijt wordt algemeen toegeschreven aan de inslag van een meteoriet die een grote krater in Yucatan achterliet. 
  4. een naar de binnenzijde omgeslagen deel van een boekomslag
    • Op de inslag stond een levensbeschrijving van de schrijfster. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be