streak
Uiterlijk
- streak
| vervoeging van |
|---|
| streaken |
streak
- Het woord streak staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Geluid: streak (VS) (hulp, bestand)
- IPA:
- erfwoord via Middelengels strike, strik van Angelsaksisch strica. Te herleiden tot Protogermaans *strikon-. Verwant met o.a. Duits Strich, Middelnederlands streke, Nederlands streek.[1]
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| streak | streaks |
streak
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to streak |
| he/she/it | streaks |
| verleden tijd | streaked |
| voltooid deelwoord |
streaked |
| onvoltooid deelwoord |
streaking |
| gebiedende wijs | streak |
streak
- onovergankelijk wegschieten [1]
- onovergankelijk strepen krijgen
- (informeel) streaken
- overgankelijk bestrepen, van strepen voorzien
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 6
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Erfwoord in het Engels
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels
- Informeel in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels