inslaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·slaan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inslaan
sloeg in
ingeslagen
klasse 6 volledig

Werkwoord

inslaan

  1. ergatief met grote snelheid met een stilstaand voorwerp in botsing komen
    • De bom sloeg in in de achterkant van het huis. 
  2. ditransitief iets ~ met een slag iets naar binnen toe doen verbuigen of breken
    • De woeste krijger sloeg zijn tegenstander met een knots de hersens in. 
  3. overgankelijk voorzien van benodigdheden
    • Drank en hapjes inslaan voor een fuif. 
  4. gaan in een gekozen richting
    • Hij sloeg zonder ook maar eenmaal om te kijken de richting van de Blauwe Wierenzee in. [1] 
    • Hij bleef de ingeslagen weg volgen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 42