inslaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·slaan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inslaan
sloeg in
ingeslagen
klasse 6 volledig

Werkwoord

inslaan

  1. ergatief met grote snelheid met een stilstaand voorwerp in botsing komen
    • De bom sloeg in in de achterkant van het huis. 
     Met haar metalen golfplaten dak leek deze plek me niet geschikt om bescherming te bieden, eerder een uitnodiging aan de bliksem om in te slaan.[1]
  2. ditransitief iets ~ met een slag iets naar binnen toe doen verbuigen of breken
    • De woeste krijger sloeg zijn tegenstander met een knots de hersens in. 
  3. overgankelijk voorzien van benodigdheden
    • Drank en hapjes inslaan voor een fuif. 
  4. gaan in een gekozen richting
    • Hij sloeg zonder ook maar eenmaal om te kijken de richting van de Blauwe Wierenzee in. [2] 
    • Hij bleef de ingeslagen weg volgen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 42
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be