Naar inhoud springen

imperfect

Uit WikiWoordenboek
  • im·per·fect
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen imperfect imperfecter imperfectst
verbogen imperfecte imperfectere imperfectste
partitief imperfects imperfecters -

imperfect

  1. niet volmaakt, nog een of meer gebreken hebbend
    • De situaties zijn vaak kolderiek, het tempo is hoog, blunders stapelen zich op elkaar, het heeft iets weg van ouderwetse slapstick, alsof je naar Charlie Chaplin kijkt. De schepping is imperfect en wij zijn dat ook, maar wie kan lachen is tenminste nog mens. [4]
  2. (dichtkunst) (van rijm) waar bij de slotwoorden van regels die rijmen alleen de klinkers of juist alleen de medeklinkers hetzelfde zijn
    • De verzen zijn onregelmatig door het gebruik van imperfect rijm en de frequente aanwending van enjambements. [5]
  3. (muziek) (verouderd) gebaseerd op noten met een tijdsduur die een derde korter is
    • Machauts muziek wordt gerekend tot de Ars Nova, een muzikale vernieuwingsbeweging die zich vooral in de diversificatie van het ritme heeft geuit: er werd een ritmisch systeem van zowel driedelige als tweedelige maten geformuleerd, perfect en imperfect geheten, op verschillende niveaus van grootte der notenwaarden. Men kon daarmee subtiliteiten bereiken die in moderne notatie slechts moeilijk zijn weer te geven. [6]
enkelvoud meervoud
naamwoord imperfect -
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

het imperfecto

  1. (grammatica) (verouderd) vormen van het werkwoord die voortduren van een handeling in het verleden uitdrukken
    • Eene andere vraag is: waarom maakt 'houden' in den verleden tijd 'hield', en niet 'hied', evenals 'houw' in het imperfect 'hieuw' luidt? vanwaar de l? [7]
91 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[8]


imperfect

  1. (grammatica) onvoltooid verleden tijd