hoffe

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • hof·fe
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
hele vervoeging zie hoffe/vervoeging
onbepaalde
wijs
hoffe
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ghofft
enkelvoud meervoud
1e persoon ich hoff mir / mer hoffe
2e persoon du hoffscht dihr / der
dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
hofft
hoffe
hoffe
hofft
hoffe
hoffe
3e persoon er hofft sie n
sie hofft
es hofft

Werkwoord

hoffe

  1. hopen
Opmerkingen

Werkwoord

hoffe

  1. eerste persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van hoffe
Typische woordcombinaties
  • mir hoffe (1e persoon meervoud)

Werkwoord

hoffe

  1. tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van hoffe
Schrijfwijzen
Typische woordcombinaties
  • dihr, der hoffe (2e persoon meervoud)
  • ihr, er hoffe (2e persoon meervoud)
  • nihr, ner hoffe (2e persoon meervoud)

hoffe

  1. derde persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van hoffe
Typische woordcombinaties
  • sie hoffe (3e persoon meervoud)