hope

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·pe

Werkwoord

vervoeging van
hopen

hope

  1. aanvoegende wijs van hopen

Gangbaarheid

29 % van de Nederlanders;
27 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to  hope 
he/she/it  hopes 
verleden tijd  hoped 
voltooid
deelwoord
 hoped 
onvoltooid
deelwoord
 hoping 
gebiedende wijs  hope 

Werkwoord

hope

  1. hopen


Middelnederlands

enkelvoud meervoud
nominatief hope hopen
genitief hopen hopen
datief hope hopen
accusatief hope hopen

Zelfstandig naamwoord

hope m

  1. verwachting