draak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Draak
[1] Gouden draak
[2] Twee drakenjachten

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • draak
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘fabelachtig monster’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • Via het Middelnederlands drake uit het Latijn draco dat van het Oudgrieks δράκων (drákōn) komt [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord draak draken
verkleinwoord draakje draakjes

Zelfstandig naamwoord

draak m

  1. (mythologie) afschrikwekkend fabeldier, voorgesteld als een gevleugeld, vuurspuwend reptielachtig wezen met spitse tong en lange staart
    • Dit oude verhaal vertelt over een draak die een land bedreigt.[3] 
  2. (scheepvaart), (sport) een open zeiljacht, gebouwd volgens de specificaties van de eenheidsklasse
    • Zij zeilen nog altijd met hun draak. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
  • [1]: De draak heeft zijn eieren gelegd.
De ellende is begonnen.
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: Met iemand of iets de draak steken
iemand of iets bespotten
  • [1]: Een draak van [XXX]
Gezegd van iets dat vervelend, overdreven, kitscherig e.d. of anderszins mislukt is (bijv. een boek, film, toneelstuk, gedicht etc.)
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Meer informatie

Verwijzingen


Fries

Zelfstandig naamwoord

draak

  1. draak