draak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Draak
[1] Gouden draak
[2] Twee drakenjachten

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • draak
Woordherkomst en -opbouw

Via het Middelnederlands drake uit het Latijn draco dat van het Oudgrieks δράκων (drákōn) komt [1]

enkelvoud meervoud
naamwoord draak draken
verkleinwoord draakje draakjes

Zelfstandig naamwoord

draak m

  1. afschrikwekkend fabeldier, voorgesteld als gevleugeld, vuurspuwend reptiel met spitse tong en lange staart
  2. (scheepvaart), (sport) een open zeiljacht, gebouwd volgens de specificaties van de eenheidsklasse
    • Zij zeilen nog altijd met hun draak. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
  • [1]: De draak heeft zijn eieren gelegd.
De ellende is begonnen.
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: met iemand of iets de draak steken
iemand of iets bespotten
  • [1]: een draak van een film
vervelende, kitscherige of overdreven sentimentele film. Ook: boek, toneelstuk, gedicht etc.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Meer informatie

Verwijzingen


Fries

Zelfstandig naamwoord

draak

  1. draak