heir

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • heir
enkelvoud meervoud
naamwoord heir heiren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

heir o

  1. arch. leger, groep weerbare mannen


Gangbaarheid


Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • heir
enkelvoud meervoud
heir heirs

Zelfstandig naamwoord

heir

  1. erfgenaam
  2. opvolger


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /(x)hɛɪr/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

heir o

  1. leger
Verbuiging
Synoniemen