opvolger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·vol·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opvolger opvolgers
verkleinwoord opvolgertje opvolgertjes

Zelfstandig naamwoord

opvolger m

  1. iemand die een ambt bekleedt na iemand anders.
     Vier jaar lang moet Barack Obama zich verbeten hebben, maar hij slaagde erin te zwijgen over het beleid van zijn opvolger Donald Trump.[1]
  2. iets of iemand wat komt na een eerdere.
    • Die versneller moet de opvolger worden van de Large Hadron Collider (LHC), die na aanpassingen overigens nog tot 2040 metingen kan verrichten. De LHC is het pronkstuk van de huidige deeltjesfysica, de natuurkundetak die het tot zijn missie maakt om de allerkleinste bouwsteentjes te vinden waarvan alles om ons heen is gemaakt. [2] 
    • Een historische prestatie! Duncan Laurence heeft voor Nederland voor het eerst in 44 jaar het Eurovisie Songfestival gewonnen. Met Arcade won hij door een grote overwinning bij de publiekstemmen van Zweden en Italië. Laurence is de opvolger van Teach-in, dat in 1975 won met Ding-a-Dong. [3] 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Theo Koelé “De maat is vol, Obama keert zich tegen zijn opvolger Trump” (4 juni 2020), de Volkskrant
  2. Volkskrant George van Hal 21 januari 2019 Cern onthult plannen voor nieuwe megaversneller van 100 kilometer
  3. Tubantia Stefan Raatgever 19 mei. 2019 Duncan doet waar Nederland na 44 jaar naar smachtte
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be