heimilishjálp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

IJslands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de IJslandse zelfstandige naamwoorden heimilis (onbepaalde onzijdige vorm genitief enkelvoud van heimili) en hjálp
Naar frequentie zeldzaam
f2-sterk enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   heimilishjálp     heimilishjálpin     -     -  
genitief   heimilishjálpar     heimilishjálparinnar     -     -  
datief   heimilishjálp     heimilishjálpinni     -     -  
accusatief   heimilishjálp     heimilishjálpina     -     -  

Zelfstandig naamwoord

heimilishjálp, v

  1. (beroep), (huishouden) assistente, bodes, dienaars, dienstbodes, helpster, hulp, hulp in de huishouding, hulpje, hulpkracht, meiden, schoonmaakster, werkster
Afgeleide begrippen