Naar inhoud springen

assistente

Uit WikiWoordenboek
  • as·sis·ten·te
enkelvoud meervoud
naamwoord assistente assistentes
verkleinwoord assistentetje assistentetjes

deassistentev

  1. vrouwelijk persoon die ondersteunend werk doet
    • Ik verbind u daarvoor door met de assistente. 
     'Waarom ga je morgen niet even langs bij de huisarts?' 'Hij ziet me alweer komen. Ik ken zijn assistente beter dan hijzelf.'[1]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]
  1. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be