assistente
Uiterlijk
- Geluid: assistente (hulp, bestand)
- IPA: / ɑsisˈtɛntə / (4 lettergrepen); /ɑsɪsˈtɛntə/
- as·sis·ten·te
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | assistente | assistentes |
| verkleinwoord | assistentetje | assistentetjes |
de assistente v
- vrouwelijk persoon die ondersteunend werk doet
- Ik verbind u daarvoor door met de assistente.
- ▸ 'Waarom ga je morgen niet even langs bij de huisarts?' 'Hij ziet me alweer komen. Ik ken zijn assistente beter dan hijzelf.'[1]
- vrouwelijke vorm van assistent
- dierenartsassistente, directieassistente, doktersassistente, praktijkassistente, preventieassistente, sociaal assistente, tandartsassistente
- Het woord assistente staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "assistente" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -e in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %