havenhoofd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De havenhoofden van Darlowo, Polen
Foto: Monika Dydek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·ven·hoofd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord havenhoofd havenhoofden
verkleinwoord havenhoofdje havenhoofdjes

Zelfstandig naamwoord

havenhoofd o

  1. (bouwkunde), (scheepvaart) een golfbreker waarmee rustig water aan de ingang van een haven wordt verkregen
    • Aan het einde van dit havenhoofd is een lichtbaken, een zogenaamde 'lichtopstand' geplaatst. 
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.

Meer informatie