haat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • haat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord haat -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

haat m [2]

  1. een sterk gevoel van vijandschap
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal

Werkwoord

vervoeging van
haten

haat

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van haten
  2. gebiedende wijs van haten


Tetum

Hoofdtelwoord

haat

  1. vier