hörsnäcka

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • hör·snäcka
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de stam "hör" van het Zweedse werkwoord höra en het Zweedse zelfstandige naamwoord snäcka
Naar frequentie zeldzaam
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hörsnäcka     hörsnäckan     hörsnäckor     hörssnäckorna  
genitief   hörsnäckas     hörsnäckans     hörsnäckors     hörssnäckornas  

Zelfstandig naamwoord

hörsnäcka, g

  1. oorbeschermer, oordop, oordopje
  2. (anatomie) slakkenhuis
  3. (communicatie), (elektrotechniek) oordopje, oortelefoon
  4. (techniek) gehoorapparaat, gehoortoestel, hoorapparaat, hoortoestel
Synoniemen
Hyperoniemen

Meer informatie