snäcka

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • snä·cka

Zelfstandig naamwoord

snäcka g

  1. schelp
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   snäcka     snäckan     snäckor     snäckorna  
genitief   snäckas     snäckans     snäckors     snäckornas