oordop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oor·dop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oordop oordoppen
verkleinwoord oordopje oordopjes

Zelfstandig naamwoord

oordop m

  1. plug in of schelp om het oor die het gehoor beschermt tegen lawaai
    • Jongeren kopen steeds vaker oordopjes tegen harde muziek [2] 
     Met een ibuprofen en oordoppen in kroop ik als een rups diep in elkaar.[3]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. www.nu.nl
  3. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be