geweer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·weer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geweer geweren
verkleinwoord geweertje geweertjes

Zelfstandig naamwoord

geweer o

  1. (militair) een draagbaar vuurwapen dat met twee handen moet worden bediend
    Laat het geweer nu vallen!
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl