geweerschot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·weer·schot
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geweerschot geweerschoten
verkleinwoord geweerschotje geweerschotjes

Zelfstandig naamwoord

geweerschot o

  1. een schot van een geweer.
    • Het geluid van een geweerschot was van ver te horen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.