gevallen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·val·len
Woordherkomst en -opbouw
  • [A] vervoeging van gevallen: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gevallen
geviel
gevallen
klasse 7 volledig

Werkwoord

[A] gevallen

  1. ergatief gebeuren
    • Nu geviel het echter dat Maxentius vanwege dringende zaken naar het uiterste eind van zijn rijk moest trekken. 
  2. ditransitief (verouderd) bevallen
    • De poëzie gevalt mij boven alle kunsten. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
vervoeging van: gevallen…
geen verbogen vorm

[A] gevallen

  1. voltooid deelwoord van gevallen

Werkwoord

vervoeging van: vallen…
geen verbogen vorm

[B] gevallen

  1. voltooid deelwoord van vallen
  2. vormt de voltooide tijden
    • Hij was gevallen, maar had zich niet bezeerd. 
     De volgende ochtend viel meteen op hoe stil het buiten was. Ik duwde de deur met beide handen open en zag dat er ’s nachts een dik pak sneeuw was gevallen, waarvan een stukje geel kleurde toen ik er mijn waterfles in leegde.[2]
  3. attributief gebruikt
    • De gevallen sneeuw zorgde voor veel oponthoud. 
  4. attributief gebruikt overdrachtelijk: zedelijk in opspraak geraakt [3]
    • Zij was een gevallen vrouw. 
  5. bijwoordelijk gebruikt
    • Eenmaal gevallen behoort een demissionair kabinet geen nieuw beleid meer op gang te brengen. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • Niet op zijn mondje gevallen zijn
precies duidelijk maken hoe iemand over iets denkt
  • Van de trap gevallen zijn

Zelfstandig naamwoord

[C] gevallen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord geval

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be