welgevallen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wel·ge·val·len
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord welgevallen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

welgevallen o [3]

  1. naar iemands welgevallen: zoals iemand het verkiest, zoals iemand het wil, zoals iemand het goedvindt
    • Dat een vrouw of een appel of een paleis (Kants voorbeeld) mooi was, kon alleen worden vastgesteld als er sprake was van een ‘zuiver belangeloos welgevallen’, dat zich alleen op de vorm richtte, niet op de inhoud.[4] 
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

welgevallen [5]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
welgevallen


onvolledig
  1. iets laten welgevallen: iets (op een passieve manier) goedkeuren of toelaten
    • Een blond meisje wordt uit het publiek geplukt om bij binnenkomst van de presentator hem op commando te bespringen en te zoenen. Ze laat het zich, gegeneerd, allemaal welgevallen.[6] 
    • De illusie is gecreëerd dat wij als mensen het klimaat kunnen sturen. Het feit dat b.v. veengebieden in Friesland en Drenthe grote hoeveelheden CO2 uit stoten, geeft alleen al aan dat dit 1 grote farce is. De onnozele burger laat zich dit alles weer welgevallen en betaalt via milieuheffingen, energiebelasting etc. weer vrolijk mee aan deze poppen kast.[7] 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen