gebeuren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
gebeuren gebeurd
gebeurtenis
Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·beu·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gebeuren
/ɣə'bɵːrə(n)/
gebeurde
/ɣə'bɵːrdə/
gebeurd
/ɣə'bɵːrt/
zwak -d volledig

Werkwoord

gebeuren

  1. (ergatief) plaatshebben, werkelijkheid worden
    Wat is er gebeurd?
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie