geviel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·viel

Werkwoord

vervoeging van
gevallen

geviel

  1. enkelvoud verleden tijd van gevallen
    • Ik geviel. 
    • Jij geviel. 
    • Hij, zij, het geviel.