geleerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·leerd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geleerd geleerder geleerdst
verbogen geleerde geleerdere geleerdste
partitief geleerds geleerders -

Bijvoeglijk naamwoord

geleerd

  1. zich veel aan studie gewijd hebbend
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van: leren…
verbogen vorm: geleerde

geleerd

  1. voltooid deelwoord van leren
  2. vormt de voltooide tijden
    • We hebben onze les wel geleerd. 
    • Hij heeft van zijn fouten geleerd. 
  3. vormt de lijdende vorm
    • Het alfabet wordt geleerd door een liedje. 
  4. attributief gebruikt
    • Ze zullen de op de training geleerde dingen in de praktijk brengen. 
  5. vormt de onpersoonlijke lijdende vorm
    • Hem wordt geleerd te luisteren. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen