gevormd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·vormd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: vormen…
verbogen vorm: gevormde

gevormd

  1. voltooid deelwoord van vormen
  2. vormt de voltooide tijden
    • Die tijd heeft mijn wereldbeeld gevormd. 
  3. vormt de lijdende vorm
    • Het bestuur wordt gevormd door vrijwilligers. 
  4. als naamwoordelijk deel van het gezegde gebruikt
    • Wacht tot een schuim laagje is gevormd. 
    • Ik ben gevormd door alles wat ik heb meegemaakt. 
  5. attributief gebruikt:
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gevormd gevormder gevormdst
verbogen gevormde gevormdere gevormdste
partitief gevormds gevormders -

Bijvoeglijk naamwoord

gevormd [1]

  1. door vorming (ook van karakter, geest, smaak etc.) ontstaan
    • Te koop is deze bijzonder fraai gevormde gekleurde glazen vaas. 
    • Een beeldschone jonge vrouw, elegante verschijning, gitzwarte haren en koolzwarte amandelvormige ogen, een slank figuur en mooi gevormde handen, een olijfkleurige huid. [2]
Verwante begrippen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Jan Cremer, De wilde horizon, 2003
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be