gevormd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·vormd
Woordherkomst en -opbouw

Deelwoord

deelwoord
onverbogen gevormd
verbogen gevormde
vervoeging van
vormen

gevormd voltooid deelwoord van vormen

  1. vormt de voltooide tijden
    • Die tijd heeft mijn wereldbeeld gevormd. 
  2. vormt de lijdende vorm
    • Het bestuur wordt gevormd door vrijwilligers. 
  3. als naamwoordelijk deel van het gezegde gebruikt
    • Wacht tot een schuim laagje is gevormd. 
    • Ik ben gevormd door alles wat ik heb meegemaakt. 
  4. attributief gebruikt:
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gevormd gevormder gevormdst
verbogen gevormde gevormdere gevormdste
partitief gevormds gevormders -

Bijvoeglijk naamwoord

gevormd [1]

  1. door vorming (ook van karakter, geest, smaak etc.) ontstaan
    • Te koop is deze bijzonder fraai gevormde gekleurde glazen vaas. 
    • Een beeldschone jonge vrouw, elegante verschijning, gitzwarte haren en koolzwarte amandelvormige ogen, een slank figuur en mooi gevormde handen, een olijfkleurige huid. [2]
Verwante begrippen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Jan Cremer, De wilde horizon, 2003