gebit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·bit
enkelvoud meervoud
naamwoord gebit gebitten
verkleinwoord gebitje gebitjes

Zelfstandig naamwoord

gebit o

  1. (anatomie) alle tanden en kiezen van een dier of mens
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie